Weet u wat me dwars zit, beste lezers, een lichtje. Een lichtje op het dashboard van mijn auto. Ik heb dus een minivan. Een soccermom-auto, wat goed uitkomt, want ik ben een soccermom. Mikey speelt soccer. Flitsend is het niet. Praktisch wel. Er kunnen zeven mensen in met een paar koffers, of sporttassen, of kinderfietsen. Vroeger zouden mijn ouders er vrolijk vijftien kinderen ingepropt hebben, dat zou makkelijk kunnen, maar die tijden zijn voorbij. Iedereen moet een riem om en dan passen er maar zeven. Maar goed, zeven is ook mooi. Het is in ieder geval beter dan wat er in die kleine suvjes past. Ja, niet in grote Suburbans en Ford Explorers, maar die kleine zwarte dingen die iedereen tegenwoordig least. Met twee kinderen en een flinke weekendtas zitten die vol.

Maar goed, het kan me ook niet schelen, maar zoals ik al zei, beste lezers, flitsend is het niet. Wat ik trouwens ook helemaal niet flitsend vind, dat zijn convertibles. Nu lieg ik natuurlijk wel een beetje, want convertibles kunnen best flitsend zijn. Alleen degenen die er in rijden zijn dat niet en dat maakt ze voor mij dus minder aantrekkelijk. Ik weet niet of het bij u anders is, maar bij mij in de omgeving krijgen alleen middelbare vrouwen een convertible. Een cadeautje vaak van manlief, waarom weet ik niet. Misschien denken ze daarbij iets van hun jeugd te herwinnen, met hun geverfde haar en grijze roots in de wind, met dertig kilometer per uur door de stad tuffen.

Begrijp me niet verkeerd. Het gaat me ook niet om de vrouwen zelf, maar ik zie mezelf als moeder van een jong gezin en daar hoort nu eenmaal geen convertible bij. Die accountant op het werk van Michael, die altijd zo naar doet, die heeft d’r kinderen al jaren de deur uit en die rijdt een convertible. En Shannon kreeg er op haar vijftigste verjaardag een van manlief. Toen heb ik meteen tegen Michael gezegd: Michael, wat er ook gebeurt, when I hit 50: I do not want you to give me a convertible. Michael keek me even aan en verslikte zich. Hij had net een slok koffie genomen die er pardoes uitkwam over zijn schone overhemd. Het was overduidelijk dat het idee niet bepaald bij hem was opgekomen, om het zachtjes uit te drukken. Dat kan je van Michael ook niet verwachten. Ik denk dat hij wel iets romantisch doet, zo is hij wel. Maar niet iets romantisch van twintigduizend dollar. Eerder van 200, als ik mazzel heb tenminste.

Maar goed, daar ging het helemaal niet om. Het ging om dat stomme lichtje. Dat lichtje op het dashboard van mijn simpele, maar oh zo praktische soccermomvan. Er zit een lichtje dat aangeeft dat je band zacht is. En dat lichtje gaat te pas en te onpas aan. Het begon twee jaar geleden toen we die koude winter hadden. Op een gegeven moment ging het ver onder het vriespunt en dat lampje ging aan. Wist ik wat. Dus ik naar mijn garage, een of andere Beun de Haas die door een collega van Michael is aangeprezen. Die legt uit: Ja, als het zo koud is, dan wordt de druk in je banden zo laag dat de sensor denkt dat je een lekke band hebt. Zodra het warmer wordt gaat dat lampje wel weer uit. Nou, het werd dus warmer, maar het lampje ging niet meer uit. Dus ik weer terug naar Beun. Ja, dat wil wel eens gebeuren, het lampje is een beetje van streek, ik moet hem resetten. Dus hij reset het lampje. Heerlijk, het lampje was uit. Voor een kilometer of tien. En toen ging die weer aan. Ik terug: tja, dat snap ik nou ook niet zegt Beun. Even de bandenspanning checken. Ja er was een band wel een beetje zachter dan de rest. Daar kan het hem in zitten, die sensors zijn gevoelig. Nou en of ze gevoelig zijn. Ik kon niet door een pothole rijden of het lichtje sprong aan. En dan zoals Beun al had aangekondigd na 50 tot 75 mijl weer uit.

Dus u begrijpt, ik gaf geen enkele aandacht meer aan dat stomme lampje. En wat heb je er dan aan? Nou onlangs gebeurde het weer. Het lampje was een tijdje uit geweest en pardoes, floep, het ging ’s ochtends vroeg toen ik Mikey naar school ging brengen aan. Nu was het die nacht een pietsje kouder geweest dan in voorgaande nachten. Want zoals u mogelijk weet is het hier al wekenlang veel te warm voor de tijd van het jaar (ja, wat de situatie is tegen dat u dit leest weet ik natuurlijk niet, maar nu ik dit schrijf, een weekje voor de kerst is het al wekenlang heerlijk warm – voor Peoria in december, haast ik me erbij te zeggen voor al onze lezers in Florida en California. Het schijnt El Nino te zijn, nou bring it on El Nino, I love it. Hoewel het wel zielig is voor Mikey, want die wil sneeuw om met zijn vriendjes in te spelen. Maar goed beste lezers, het was rond het vriespunt en vorige winters sprong het lampje pas echt aan als het vroor dat het kraakte. Maar goed, ik denk bij mijzelf, die sensor is gevoelig, dat zei Beun zelf, dus hij zal wel een optater gehad hebben van het temperatuurverschil. Ik vrolijk doorrijden, ik zie dat stomme lampje immers nauwelijks meer.

Maar het lampje bleef aan. Langer dan ik gewend was, ook onder de vreemdste omstandigheden. Maar ik gaf er verder geen aandacht aan, omdat die sensor nu eenmaal gek is. Maar op een moment kom ik bij de auto nadat ik in de supermarkt geweest ben. Ik stap in en wil wegrijden. Een oudere heer tikt op mijn raampje. Ik heb altijd haast, ben altijd te laat en zit altijd in tijdnood, dus ik doe mijn raampje met tegenzin naar beneden (want weet ik wat-ie wil). Niet eng hoor, het was duidelijk dat hij geen kwaad in de zin had of niet wilde bedelen of zo, maar goed, ik wist niet wat hij wilde. Misschien vragen of ik weet waar een bepaalde winkel zit in de mall of van alles zou het kunnen zijn. Maar hij zegt: sorry mevrouw dat ik u stoor, maar uw band is bijna leeg, daar kan u niet veilig mee rijden, wist u dat? Nou dat wist ik dus niet. Dus ik stap uit, kijk naar de rechterachterband, die de meneer mij vriendelijk aanwees en inderdaad, het was duidelijk dat daar niet veel lucht meer in zat. Ik bel Beun. Beun komt met zijn truck na een kleine driekwartier. Hij pompt wat lucht in mijn band (slow leak) zegt hij – ja, dank me de koekoek slow leak, ik rijd er al twee weken mee zeg ik tegen hem, als ik het lampje mag geloven. Kan best zegt hij, bij een slow leak, zeker als er een spijker in zit. Hij wijst me up de glimmende kop van een spijker die duidelijk in mijn band zit. Eigenlijk verlies je alleen lucht als je op de spijker staat. Maar nu moet je wel meteen naar de shop rijden en dan fix ik die band even voor je.

Na afloop praten we nog even. Ik vertel hem van de sensor en vraag wat ik dan moet. Tja, zegt hij, terwijl hij zijn schouders ophaalt. De sensor doet het soms wel, soms niet. Het is een bekend verschijnsel bij dit type auto. En dan haalt-ie een oude koe uit de sloot: een kapotte klok staat ook twee keer per dag gelijk. Pfffft. En Beun’s oplossing? Hij had nog een vriendje met een tweedehands car lot. Die had vast nog wel een leuke van voor me. Ja, alsof ik om een kapot lampje mijn auto inruil. Dus voorlopig ga ik er maar van uit dat als het lampje langer aan is dan normaal er mogelijk een probleem is. Maar wat is normaal? Tja, dat vraag ik me in het leven ook wel eens af, maar dit is een heel andere geschiedenis, daar kom ik vast nog wel eens op…