Voor het eerst in de ruim 50 jaar dat wij in Calgary wonen, hebben we dit jaar een witte Thanksgiving! Het was niet indrukwekkend, natte sneeuw die overal bleef liggen behalve op de straten. Weggedoken in een luie stoel naast de haard staarde ik naar buiten en dacht: zo ziet Nederland eruit met een witte kerst…  Ondanks alle verhaaltjes en plaatjes is een witte kerst in Nederland een zeldzaamheid, sinds 1901 maar 8 keer! Het kan flink koud zijn met vorst, maar minstens twee centimeter sneeuw is pas officieel een witte kerst.

Gedurende de 19 jaren dat ik in Nederland heb gewoond, heb ik volgens de KNMIstatistieken drie keer een witte kerst meegemaakt en die herinner ik mij goed! In 1950, nog net niet 11 jaar, logeerde ik bij mijn Oma en Opa tegenover het Zuiderpark in Den Haag waar de ondergelopen speel wei een grote ijsvlakte was. Volop kinderen die dolle winterpret hadden, hoofdzakelijk met baantje glijden. Volkomen onverwacht werd ik door een grijnzend jongetje pootje gelicht en viel met een klap met mijn gezicht op het ijs en mijn twee voortanden la gen op mijn tong. Bang dat ik op mijn donder zou krijgen duwde ik snel de twee tanden in mijn kaak terug. Een kinderdrama volgde, maar die twee voortanden zitten nog in mijn kaak!

De witte kerst van 1962 was Wim student geologie in Leiden, met een paar medestudenten reed hij die winter in zijn 2CV, het Lelijke Eendje, het bevroren IJsselmeer op om metingen onder water te doen. Toen ze na een aantal uren terug gingen waren de sporen in de sneeuw van de auto enige meters opgeschoven langs de wal wat erop duidde dat het ijs niet vast zat en er beweging in het water eronder was.

Witte kerst 1964 voor ons héél bijzonder, onze zoon, over tijd, werd een laat kerstkindje. Het weer was werkelijk bar en boos, een voorproefje voor wat ons te wachten stond in dat verre land Canada waar we over ruim twee maanden heen zou den gaan? De bevalling vond thuis plaats, de vroedvrouw zat al enige uren naast me, maar de kraamverpleegster liet verstek gaan omdat er geen taxi beschikbaar was. Met onze kleine, gezonde zoon in mijn armen voelde ik me een beetje als Maria uit het kerstverhaal.

Vorig jaar november en december hadden we nog niet veel winterweer gehad, vaak overdag te warm, regen, storm, nachtvorst. Tot onze vreugde begon het in de loop van 24 december zachtjes te sneeuwen en de temperatuur zakte beneden nul. Het was net als in een goedkoop kerstverhaal waarin het altijd gaat sneeuwen op kerstavond. De volgende ochtend lag er een flink pak en het sneeuwde nog.

We lijken net een levende kerst kaart als we met onze hond Sophie in haar rode trui in Fish Creek park wandelen (zie foto). We zijn de enige vroege wandelaars in dat deel van het park en het is er sprookjesachtig mooi, een cliché, maar het is een winter wonderland, je kunt de stilte horen. We volgen sporen van herten, al gauw zien we ze staan tussen de struiken, een hinde met twee halfwas jongen, net een Rien Poortvliet (van de Kabouter boeken) plaatje. Meesjes en boomklevers vliegen om onze oren, ondanks het verbod om ze te voeren, bedelen ze nog steeds en zit ten meteen op een uitgestoken lege hand. We volgen wildpaadjes door het bos.

Opeens staan Wim en Sophie stil en staren naar een omgevallen boomstam en ik zie het ook, een spits kopje met twee puntoortjes, een zwart neusje met trillende snorharen, twee donkere kraaloogjes, een beeldig toetje dat naar ons kijkt vanonder de stam, het is een hermelijntje. Als Sophie zachtjes kreunt van opwin ding, verdwijnt het diertje snel onder de boomstam.

Ergens horen we snel hameren en als we zorgvuldig langs de stammen van hoge bomen kijken zien we een spechtje, het beweegt rond de stam, het ene moment zien we het, het volgende is het verdwenen aan de andere kant. Wildpaadjes tussen de bomen door zijn leuk, je moet wel oppassen dat je niet over een boom wortel verborgen onder de sneeuw, struikelt.

Een poosje is het stil totdat ineens een wekker afloopt, een eekhoorn die duidelijk laat weten dat vreemde wezens zijn territorium zijn binnengedrongen. Hij zit hoog in een spar, zijn wijd open bekje doet bijna aandoen lijk aan. Het alarm wordt overgenomen door de grootste lawaaimakers, drie eksters. Een prachtige vogel, alleen er zijn er teveel. De eksters worden bijgevallen door een andere schreeuwerd, een gaai, ook een mooie jongen, zijn kuif staat over eind van opwinding. Langzaam keert de rust terug tot Sophie ineens haar neus omhoog steekt, snuift en begint te trekken, dit kan maar één ding be tekenen, ze ruikt een prairiewolf (coy ote) en wil er achteraan. Geen sprake van! We lopen langs de beek half bevroren, hier en daar stroomt water. We kijken naar de overkant, een nieuwe beverburcht, een ‘bank lodge’, uitgegraven in de zachte oever van de beek. De afgelopen weken hebben we de wissels (sleepsporen) gezien van actieve bevers, terug van weggeweest sinds de overstromingen.

We zijn weer terug bij het par keerterrein, niet meer de enige bezoekers, een groep mensen staat te staren door verrekijkers of lange lenzen naar een vogel hoog in een boom. Ik weet wat het is, er overwintert een uiltje (Northern PygmyOwl) in het bos naast het parkeerterrein, vrij zeldzaam en zodra iemand het ontdekt worden andere vogelaars via mobieltjes gewaarschuwd. Wij gaan naar huis, naar koffie met een stukje tulband en voor Sophie een vleesmuffin als traktatie. Het is een witte kerst. (Alles hierboven beschreven heb ben we beleefd, alleen niet allemaal tijdens de kerstwandeling)

‘Vrede op aarde’, wie gelooft er nog in? Toch blijven proberen ergens vrede te vinden al is het op kleine schaal… Een vredige en gezellige decembermaand toegewenst door ons in Calgary.